ROTTERDAM, DYNAMISCHE STAD

Geplaatst op 11 september 2017

Er was mij gevraagd een stukje te schrijven over Rotterdam, omdat Boek met een Doel in de maand september alle boeken over Rotterdam of van Rotterdamse schrijvers in de aanbieding heeft.

Dat doe ik wel even, dacht ik, maar dat viel vies tegen. Wat moet ik over Rotterdam zeggen? Boekenkasten zijn gevuld met wat je maar kunt bedenken over Rotterdam, wat moet ik daar dan nog aan toevoegen?

Dan maar iets persoonlijks, ten slotte ben ik net als mijn vader een “echte” Rotterdammer.

Mijn vader, Theo, groeide op in de binnenstad van voor de oorlog en werkte bij het Rotterdamsch Nieuwsblad op het Slagveld, bij het Hofplein. Hij is de stad waarin hij opgroeide helemaal kwijtgeraakt.

Willem van Iependaal bracht dat mooi onder woorden:

Hoe heb ik jou, mijn Rotterdam, teruggevonden?!/Je huizen verpuind en je haven vernield!/Ik voelde mezelf bij jouw aanblik geschonden/En vloekte – een biecht hoezeer ik van je hield!

Zelf ben ik in 1950 geboren, en opgegroeid in de wijk Middelland, “onder de adem van de Maas” (Jan Prins), die je toen nog kon horen en ruiken.

In mijn jeugd werd de binnenstad, “een kale vlakte, met als middelpunt de geblakerde, fraai-melancholische ruïne van de Sint-Laurens” (Bob den Uyl) snel vol gebouwd.

Het was het Rotterdam van de wederopbouw, fraai vastgelegd door Cas Oorthuys in “Rotterdam, dynamische stad.

Jules Deelder verwoordde het zo:

Tegenwoordigheid van geest/En realisme in ’t kwadraat/Vieren onverstoorbaar feest/In een opgebroken straat

Op dit moment is men alweer met volle kracht bezig om de stad die toen gebouwd is af te breken, om de een na de andere wolkenkrabber uit de grond te stampen.

“Veel slechter dan het was kon het toch niet worden, dus …iedereen blij wanneer er uit het helse lawaai van de zoveelste bouwput een nieuwe fallus aan de skyline werd toegevoegd.” (Hans van Willigenburg)

“Rotterdam architectuurstad?!”

Het roept tegenstrijdige gevoelens bij mij op, enerzijds trots op die stoere stad aan de Maas, maar “De Rotterdam” van Koolhaas, de kist van Quist, het nieuwe station, nee echt warm word ik er niet van.

En dan dat dubbele gevoel van de Rotterdammer: altijd wat te kankeren, maar kom niet aan zijn stad.

Eén van de lijfspreuken van Herman Pieter de Boer was : “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!”, en daar slaat hij onbewust de spijker mee op zijn kop. “Want de Rotterdammer is een zeer vreemd type, een krankzinnig mengsel van zuidelijke hartstocht, vette klei en zeelucht………… zeeschuimer, kleiboer en liefde broeder in één, wie lust er nog peultjes. De Rotterdammer is een verscheurd mens, hij wordt geslingerd tussen allerlei gevoelens. Hij zou je, met Franse innigheid, in snikkende aandoening, willen omhelzen, maar hij kijkt wel link uit.”

Zelf heb ik in 1981 noodgedwongen de stad verlaten om in Spijkenisse te gaan wonen, werken bleef ik op Zuid.

Nu ben ik bij Boek met een Doel op de Nieuwe Binnenweg terug in de buurt waar ik groot geworden ben. Dat het mijn oude buurt steeds beter gaat geeft mij een warm gevoel.

Mijn vader had, net als veel van zijn generatiegenoten, een grote collectie boeken over het Rotterdam van voor 14 mei 1940. Daarvan staan er nu een groot aantal in de winkel.

Ook over de architectuur van de naoorlogse stad vindt u bij ons een ruim aanbod.

In de maand september zijn alle boeken over Rotterdam en de Rotterdammers bij ons in de aanbieding, kom maar eens lekker neuzen.

Auteur: Jan van der Velden